Zo speelt je baby van geboorte tot z’n eerste verjaardag

En dit speelgoed is favoriet

Een box vol speelgoed, maar wat kan je baby er eigenlijk mee? En ook niet onbelangrijk: hoe help je hem hierbij? Zo speel je met je baby (én stimuleer je zijn ontwikkeling) vanaf de geboorte tot het moment dat je zoon of dochter bijna een peuter is.

Spelen is voor baby’s dé manier om zichzelf te ontwikkelen. Al spelend oefent hij zijn geheugen, denken en motoriek. Hierbij heeft hij jouw hulp zeker nodig, maar het is ook belangrijk dat je baby zelf leert spelen en zijn eigen speelgoed ontdekt. Voor een baby kan een knisperend papiertje namelijk net zo fantastisch zijn als een Playstation voor een puber.

0-3 maanden
Voor een pasgeboren baby ben jij zijn grootste stuk speelgoed. Knuffelen, praten, zingen, wiegen, kijken: naast slapen doet bij niets liever. Houd er rekening mee dat je baby nog maar tot zo’n 30 centimeter kan kijken, dus ga niet te ver van hem af staan. Is je baby rond de drie maanden, dan kijkt hij ook graag naar bewegende voorwerpen zoals een mobiel boven zijn box of zijn eigen handen. Goed voor uren speelplezier.

3-6 maanden
Je baby is zich steeds meer bewust van zijn lichaam. Beweeg zijn voeten, pak zijn handen of laat hem je vinger grijpen. Ook leuk op muziek. Je kind begint nu voorzichtig met grijpen, bijvoorbeeld naar een zachte rammelaar of de babygym boven zijn hoofd. Met kleuren en contrasterende patronen stimuleer je de visuele vaardigheden. Wijs kleuren aan en benoem dingen die deze kleur hebben. Zo leert je baby om te focussen, ook al snapt hij nog niet wat je zegt. Met een maand of vijf beginnen baby’s vaak met ‘praten’ (brabbelen en schateren). Reageer hierop. Maak gekke geluidjes terug en vertel hem verhalen (desnoods wat je die avond gaat koken, alles wat uit jouw mond komt is boeiend). Dit is goed voor de spraak- en taalontwikkeling. Communiceer door samen in de spiegel te kijken of gekke bekken te trekken. Je hoeft je baby niet de hele dag te entertainen: hij vermaakt zichzelf ook prima in de box.

6-9 maanden
Kruipt of tijgert je baby al? Geef hem dan wat meer speelruimte op een kleed op de grond (blijf er wel bij, ze kruipen sneller dan je denkt!). Ook de box blijft een fijne speelplek. Hierin leren baby’s zich beter concentreren op één ding (en heb jij even je handen vrij voor een kop koffie, win-win). Op activity speelgoed vol licht, muziek, kleuren en figuren raken ze niet uitgekeken. Begint je baby ontroostbaar te huilen zodra je ook maar 1 seconde uit zijn blikveld verdwijnt? Leer hem dan spelenderwijs dat jij niet weg bent als hij je niet meer ziet. Kiekeboe of verstoppertje zijn goede spellen om de eenkennigheidsfase door te komen. Jou nadoen kan een baby tot een maand of negen nog niet, maar hij vindt het geweldig als je hém nadoet.

9-12 maanden
De ontwikkeling van je kind gaat in een razend tempo, dus pas daar het spelen ook op aan. Dit doet je baby zelf ook. Dingen uit de box gooien vindt ’ie te gek en is goed voor z’n ruimtelijk inzicht. De blokkendoos mag nu ook uit de kast, want met stapelen (en omgooien) oefent hij zijn fijne motoriek. Het vastpakken van kleine dingen wordt steeds makkelijker, maar hij stopt alles nog in z’n mond, dus pas op met kleine voorwerpen. Vanaf een maand of tien zijn baby’s in staat om dingen na te doen, dus kijk niet gek op als hij opeens mee klapt met ‘klap eens in je handjes’. Met het verstoppen van speelgoed, onder het kleed of in een doos, train je zijn geheugen. Bekijk samen een plaatjesboek en benoem alles wat je ziet. Zo leert hij klanken en woorden.

12-14 maanden
Met een stevige loop- of blokkenkar kan je kind zich optrekken en voorzichtig oefenen met lopen. Buiten spelen wordt ook steeds interessanter, dus neem hem mee naar de vijver om eenden te voeren of koop een babyschommel. De televisie wordt aantrekkelijker, met Bumba kijken is je kind zo een half uur zoet. Of wat dacht je van samen foto’s kijken? Vooral foto’s van jou zijn boeiend. Verder begrijpt je kind nu kleine opdrachten en kun je dingen oefenen als geven en nemen.

14-18 maanden
Kruipen, wegkruipen, optrekken, los lopen, rijden, slopen, luisteren, praten, kijken, duwen, gaten vullen, klimmen, aftasten, trekken, slaan, samen doen, naspelen, sjouwen, schommelen, omgooien, stapelen, lostrekken: kenmerkend voor een dreumes is de drang om te ontdekken. In de box heeft bij minder ruimte om actief te ontdekken (lees: leren), dus zet hem hier alleen nog in als het echt nodig is. De spanningsboog wordt steeds korter, dus rond de zestien maanden zal je merken dat hij zich minder lang vermaakt met een boekje. Buiten spelen met water vinden ze daarentegen te gek. Net als meehelpen met het huishoudens een maand of achttien zijn. Geef hem een doek (zonder schoonmaakmiddel) en laat hem lekker mee poetsen.

Kijkopontwikkeling.nl