Die eeuwige vraag: ‘En, wanneer komt er gezinsuitbreiding?’

Ik denk dat ik eerder een kinderwens had dan dat ik zelfstandig op een potje kon plassen. Ik was zo’n meisje dat naast moeders op de bank haar poppen borstvoeding gaf en door de stad liep met een onzichtbare kinderwagen die, net als de echte van mam, keurig moest worden ingeklapt en in de kofferbak moest worden opgeborgen. Ik heb in mijn prepuberteit even een ontkenningsfase gehad, dat was toen ik besefte wat je ‘moest doen’ om een kind te krijgen, maar verder heb ik nooit getwijfeld of ik kinderen wilde.

Toch heb ik geen haast gehad. Toen ik eenmaal getrouwd was en samenwoonde, wilde ik eerst even de tijd nemen om af te studeren, een leuke baan te vinden en samen met mijn man te genieten. Gewoon, mijn plekje in het leven te ontdekken. Leek me niet meer dan normaal.

Record

Zo dacht blijkbaar niet iedereen er over. Als ik een kind had moeten baren voor elke keer dat iemand me naar mijn kinderwens vroeg, had ik nu ongetwijfeld een plekje in het ‘Guiness Book off Records’ veroverd. Bloedirritant vond ik die vraag. Hij werd me namelijk maar zeer zelden gesteld binnen de kaders van een goed gesprek of door mensen die dichtbij me staan. Nee, meestal kwam hij van wildvreemden of dezelfde mensen die de vrijgezelle nicht maar blijven vragen of ze nou al eens een vriendje heeft.

LEES OOK: 11 manieren om je kind te vertellen dat hij een broertje of zusje krijgt

Mensen die het niet zo heel veel aan gaat en eerder op zoek zijn naar afleiding van hun eigen verveling dan oprecht geïnteresseerd zijn in mijn leven. Mensen die bovendien niet stilstaan bij de gevoeligheid van het onderwerp of het feit dat hun gesprekspartner misschien wel hele andere ambities heeft dan het zo efficiënt mogelijk benutten van haar baarmoeder.

Wat zeggen?

Ik wist ook nooit zo goed wat ik precies moest antwoorden als me gevraagd werd of ik al kinderen wilde. ‘Ja’ zou betekenen dat me voortaan gevraagd werd of ‘het’ al was gelukt en met een ‘Nee’ zou ik toch wat uit te leggen hebben als ik een paar maanden later toch zwanger bleek te zijn. Soms overwoog ik de bal terug te kaatsen met een gevatte wedervraag. ‘En, u nog niet toe aan een nieuwe heup?’. Dat durfde ik dan uiteindelijk toch niet zo goed hardop te zeggen. Meestal hield ik het dan maar op een slap ‘Later willen we ze misschien wel.’

Maar toen was daar ineens de dag dat ‘later’ veranderde in ‘nu’ en ‘misschien’ een duidelijk ‘ja!’ was. Een klein plusje duidde de vervulling van mijn kinderwens aan. Eindelijk zou het gedaan zijn met onbeleefde vraagjes van nieuwsgierige aagjes en apetrots bracht ik ons blijde nieuws de wereld in: ‘Ik ben zwanger!’ ‘O! Echt? En, was het gepland?’

Weer zo’n herkenbare column! Je leest hier vanaf nu elke dag zo’n fijn verhaal van een van onze mama-columnisten. Nog veel meer leuke artikelen lezen? Like ons op Facebook, dan houden we je op de hoogte.

Ontvang de leukste artikelen in jouw inbox!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang de best gelezen artikelen over zwanger zijn, moeder worden en het leven met je baby in je mailbox.

Reageer op artikel:
Die eeuwige vraag: ‘En, wanneer komt er gezinsuitbreiding?’
Sluiten