Iets over orkaan Irma en kleine grote zorgen

Afke Bohle 13 sep 2017 Column

Terwijl ik op Marktplaats zoek naar een tweede exemplaar van de blauwe knuffel van onze dochter zie ik vanuit mijn ooghoeken de beelden van de ravage die orkaan Irma heeft aangericht op Sint Maarten op televisie.

Ik probeer te begrijpen wat ik zie. Het blijken zeecontainers te zijn die door Irma woest van hun plek zijn gerukt en nu kriskras over het landschap verspreid zijn in combinatie met puin. Heel veel puin.

Het scherm van mijn smartphone wordt zwart. Mijn aandacht richt zich weer op de knuffel van ons kind. Er zijn geen resultaten gevonden voor mijn zoekopdracht. Ik baal.

Knuffel

Onze dochter is afgelopen vrijdag begonnen op het kinderdagverblijf en ze heeft een knuffel nodig die daar mag blijven. Aangezien ze zonder het beest niet in slaap valt, moet er een tweede exemplaar gekocht worden.  Bovendien is een dubbelganger heel handig in het geval we ooit ‘de echte’ kwijtraken (weet ik uit ervaring na wakkere nachten en heel wat uurtjes zoeken naar twee eerdere knuffels van inmiddels grote broers). Dat blijkt nog niet zo makkelijk. Boeboe (zo heet hij) is niet meer te koop in de winkel. Ik wijzig mijn zoekopdracht.

LEES OOK: Waarom babyzweet (waarschijnlijk) niks is om je zorgen over te maken

Ondertussen hoor ik iemand op de televisie vertellen dat nog steeds onduidelijk is hoe groot de schade precies is, aangericht door Irma, maar dat wordt gevreesd voor het ergste. Zwangere vrouwen, gewonde en zieke mensen zullen als eerste worden geëvacueerd zodra hulpverleners het getroffen gebied weten te bereiken. Er wordt een oproep gedaan om geld te doneren. Zwangere vrouwen. Ineens komt het nieuws dichtbij.

Hoogzwanger

Het was 2012. Ik, hoogzwanger, luisterde naar de autoradio, terwijl ik naar de supermarkt reed. Er volgde een weeralarm. Toen ik mijn winkelkarretje door de poortjes bij de ingang van de winkel duwde begon het bericht een eigen leven te leiden in mijn hoofd. Hoe erg was code ‘geel’ eigenlijk? Wat als het code ‘oranje’ bleek te zijn? Zou ons huis daartegen kunnen? Zou ik nog wel thuiskomen? Hoe oud was het gebouw van de peuterspeelzaal waar mijn zoontje op dat moment speelde? Stel dat de stroom uit zou vallen? Stel dat mijn vliezen op dat moment zouden breken?

Voordat ik het wist had ik mijn kar gevuld met tien pakken bronwater, 7 pakken crackers en 15 blikken groente. Toen mijn echtgenoot die avond thuiskwam, het weeralarm loos alarm bleek te zijn geweest en er geen maaltijd op tafel stond omdat ik bezig was met het opslaan van onze noodvoorraad barstte hij (na een lichte irritatie) in lachen uit.

Geen zorgen

Nu, 5 jaar later, schiet hij nog iedere keer in de lach bij het zien van de nog steeds onaangebroken pakken water (waarvan de houdbaarheidsdatum, ja, ze hebben een houdbaarheidsdatum, inmiddels is verstreken).

Mijn man maakt zich geen zorgen. Mijn vriendin ook niet. “Waarom zou ik mij zorgen maken om iets waar ik nu toch niets aan kan doen,” zegt hij. “Ik heb vertrouwen in de mensheid, de mens is inventief. Er zal altijd weer iets goeds voortkomen uit ellende,” zegt zij dan.

LEES OOK: Dit gesprek liet Famme Baby’s columnist Afke sprakeloos achter

Ik maak mij wel zorgen. En sinds ik moeder ben, maak ik mij nog veel meer zorgen. Het moederschap voelt kwetsbaar te midden van een veranderend klimaat en geruzie in de wereld. Alle ellende die ik lees en voorbij zie komen voel ik in mijn lijf. Soms mag ik van mijzelf de krant wegleggen of de televisie uitdoen. Soms wil ik juist alles lezen, zien en horen, in de hoop er iets van te begrijpen en er zo grip op te krijgen. Soms pak ik een Happinez om weer even te geloven dat alles heus licht en liefde is. Kwestie van anders kijken.

Kinderen

Kinderen raken mij het diepst. Kinderen die hun ouders kwijt zijn, hun huis verwoest, gewond of op de vlucht geslagen. Kinderen die, net als mijn kinderen, vol vertrouwen deze wereld zijn ingestapt. Kinderen met dromen. Kinderen die niet bezig waren met wereldproblematiek, maar met vriendjes.

Als ik naar mijn eigen kinderen kijk, voel ik mij soms schuldig. Dat ik ze op deze wereld heb gezet, met alles wat er speelt. Dat gevoel had ik al bij de eerste en toch kreeg hij nog een broertje en een zusje. Soms kijk ik naar hun gezichten, nog zo onbevangen en ver weg van het acht uur journaal. Mijn oudste zoon vertelde mij vorige week opgewekt dat er onlangs 381 nieuwe diersoorten zijn ontdekt. “Zie je wel,” zouden mijn man en vriendin tegen mij zeggen. “Juist deze generatie kan iets moois in gang zetten in de wereld.”

Zorgen

Toch maak ik mij zorgen om hun toekomst. Wat voor wereld geven wij straks aan hen door? Tegelijk kan ik mij niet voorstellen dat het ooit zover zal komen. Een natuurramp. Een oorlog. Hier. In dit land, in dit dorp, in onze straat, in ons huis. Dat soort dingen gebeuren toch alleen hier heel ver vandaan? Dat loopt hier toch altijd weer met een sisser af?

Hebben wij eigenlijk een noodpakket in huis?

Ik maak een bedrag over naar Het Rode Kruis vanuit mijn luie stoel terwijl ik beelden voorbij zie komen van plunderende mensen en een nieuwe naderende orkaan.

Net als ik mijzelf ongemakkelijk begin te voelen licht het scherm van mijn telefoon op. De gewijzigde zoekopdracht heeft resultaten opgeleverd. Er verschijnen drie ‘BoeBoe’s’ in beeld. Mooi. Stel je voor dat het niet was gelukt. Dan hadden we pas echt een probleem.

Weer zo’n herkenbare column! Je leest hier vanaf nu elke dag zo’n fijn verhaal van een van onze mama-columnisten. Nog veel meer leuke artikelen lezen? Like ons op Facebook, dan houden we je op de hoogte.

Reageer op artikel:
Iets over orkaan Irma en kleine grote zorgen
Sluiten