Column: ‘Ik ben niet zo goed in bevallen’

Ilse Langerak 13 nov 2017 Column

Lieve jij,

Wat had je je bevalling anders voor je gezien. Ik zie je nog zitten bij de verloskundige om je geboorteplan te bespreken. ‘We gaan het lekker thuis proberen, en anders naar het ziekenhuis. Het komt zoals het komt, dus wat nodig is doen we gewoon.’ zei je nuchter. Je ging er klakkeloos vanuit dat het wel zou lukken, een thuisbevalling zonder toeters en bellen.

Je bent jong, sterk en had tot dan toe een probleemloze zwangerschap. Een paar dagen voor je bevalling had je nog ruim een uur op de heide gewandeld. Bovendien ben je het nageslacht van een vrouw wiens langste bevalling 6 uur duurde en de kortste amper 3, dus je ging er ergens al vanuit dat het bij jou ook wel vrij soepel zou verlopen. Het vakje ‘pijnstilling’ bleef leeg in je geboorteplan.

Teleurgesteld

Nou, nu lijk je in veel dingen op je moeder, bevallen heb je niet van haar. Ja, je rugweeën, die heb je geërfd, maar daar houdt het op. Dus wat was je teleurgesteld toen je toch naar het ziekenhuis moest. Natuurlijk was er in de eerste plaats opluchting. Na tien uur puffen en slechts twee centimeter ontsluiting was je op. ‘Spuit me alsjeblieft plat…’ kon je nog net uitbrengen voordat je het weer verloor van een wee. Platspuiten deden ze en wat was dat fijn. Kon je eindelijk even uitrusten. Maar toch knaagde daar een stemmetje. ‘Ik had het zo graag zelf willen doen.’

LEES OOK: Moeder: ‘Kom na de bevalling alsjeblieft niet op kraamvisite in het ziekenhuis’

Het bleef niet bij een spuitje. Acht uur later en slechts 1 centimeter verder mocht je eindelijk die ruggenprik. Om jezelf en het personeel te bewijzen dat je hem echt nodig had, kotste je op de OK nog even twee verplegers onder terwijl ze je vrijwel naakte, hulpeloze lijf omhoog hesen voor de prik. Wat was die spuit trouwens een zegen. Je had meteen je praatjes terug.

Vliezen

Je vliezen werden vervolgens doorgeprikt, je kreeg weeënopwekkers omdat het maar niet wilde vlotten. Extra vocht omdat je niets binnen hield en een katheter omdat je met een verdoofde onderkant niet kon plassen. ‘Ik ben niet zo goed in bevallen.’ verzuchtte je teleurgesteld tegen De Echtgenoot. ‘Alles wat ík had moeten doen wordt van me overgenomen…’ Echtgenoot deed wat en een goede man doet en vertelde je met een pips gezicht dat je het super deed. Arme man. Hier was hij zou bang voor geweest, jou zo te zien lijden. Wat had je hem dit aangezicht graag bespaard.

Toen moest je ook nog om extra pijnstilling vragen. Links deed de prik niet zo veel. Je durfde bijna niet op de rode knop te drukken. ‘Ze zullen ook wel denken: daar heb je die zeur weer, die geen zin heeft om te puffen.’ En ergens wilde je het toch nog een beetje zelf doen. Maar het ging niet. Kwam je ook nog in die weeënstorm terecht. Moest je alweer bellen. ‘Weeënstorm….’ Kon je nog net fluisterend uitbrengen toen de verpleegkundige je vroeg wat er aan de hand was. Bleek dat de ontsluiting rond was. Eindelijk! Het einde was in zicht! Wat heb je gevochten, die laatste fase.

Kracht

Eindelijk mocht je kracht zetten, vechten met de weeën in plaats van ze weg te puffen. Al je boosheid en frustratie zette je in. Een half uur later hield je je dochter vast. Je prachtige, lieve dochtertje.

LEES OOK: OMG, ik heb net een kind gebaard (en dat gaat dus ongeveer zo)

Blij dat het voorbij was maar ontdaan door de hoeveelheid hulp die je nodig had keek je terug op je bevalling. Had je het echt niet langer vol kunnen houden zonder pijnstilling? Iets beter je best kunnen doen? Sterker kunnen zijn, zoals zoveel andere vrouwen dat wel zijn?

Bevallen

Maar weet je, lieve jij, je hebt het fantastisch gedaan. Dacht je nou echt dat je die rugweeën 28 uur had kunnen volhouden? Hoe had je gedacht te gaan persen, aan het einde van je latijn? Nee lieverd, je wist heel goed dat dat je grens was. En besef wel dat elke keer dat jij de verpleging belde, het menens was. De weeën werden krachtiger, de ontsluiting was volledig, het hoofdje kwam eraan. Wat heb je dat goed aangevoeld! En wat betreft die ruggenprik: zelfs het baliepersoneel merkte nog even op dat ‘het een flink verschil was’ toen je terugkwam op de afdeling. Het was nodig, eigenwijze donder.

Nee, je bevalling verliep dan wel compleet anders dan gepland, je hebt je wel volledig overgegeven aan wat kwam en je daarop aangepast. Je hebt je grenzen aangevoeld, gereageerd op de signalen van je lichaam, om hulp gevraagd en uiteindelijk een kerngezond kindje op de wereld gezet. Dus zeg alsjeblieft niet meer dat je ‘niet zo goed bent in bevallen.’ Je bent er juist keigoed in. Je hield het maar liefst 28 uur vol!

Liefs,

Mij

Je leest hier elke dag een verhaal van onze mama-columnisten. Nog veel meer artikelen lezen? Like ons op Facebook, dan houden we je op de hoogte.

Reageer op artikel:
Column: ‘Ik ben niet zo goed in bevallen’
Sluiten