Ilse Langerak
Ilse Langerak Column 17 jan 2019

Ilse: “Ik ben de moeder van een nachtbrakertje”

‘Ik zal blij zijn als die buik straks weg is en ik weer lekker op mijn buik kan slapen. Die slechte nachten ben ik zó zat.’ Moi, ergens in het derde trimester. Ja, lach me maar uit, maar aangezien ik minstens de helft van mijn inmiddels bevallen vriendinnen deze uitspraak heb horen maken, ben ik er vrij zeker van dat je het zelf ook op zijn minst gedacht hebt.

Maar inderdaad, de uitspraak is even geestig als onnozel want dat slapen valt vies tegen als die baby er eenmaal is. Ja, ik lag weer zalig op mijn buik toen de ergste stuwing over was, maar drie, vier, vijf keer per nacht ruw uit je remslaap worden gewekt om The Babe te verzorgen valt niet in de categorie ‘lekker slapen’.

Kraamvriendinnen

Gelukkig had ik mijn kraamvriendinnen om me door de gebroken nachten heen te slepen. Als ik midden in de nacht, met de kleine aan mijn borst, een appje stuurde, kreeg ik altijd wel van minstens één medemoeder een berichtje terug. ‘Hey! Jij ook weer wakker! Hier krijg ik hem niet stil…’ ‘Jep, voedertijd. Ongelukje met verschonen gehad, alweer. Alles nat.’ Dat soort dingen, even je ellende delen. Je samen geen raad weten is altijd fijner dan om drie uur ‘s nachts alleen met je handen in het haar zitten.

Na een krappe maand haakte de eerste lotgenote al af. Kind sliep door. Tot 9 uur. ‘Ja, maar dat komt doordat die de fles krijgt. Komt vanzelf met die van jou.’ hield ik mezelf toen voor. Maar toen in de weken die volgden de ene na de andere baby de klok rond ging slapen en ik met een maand of vier als enige nachtvoeder overbleef, nam de frustratie toe.

‘Komt vanzelf goed. Bij borstkindjes duurt het soms wat langer.’ klonk het uit mijn omgeving. ‘Oei, dan is het inmiddels wel gewenning hè.’ zei men enkele weken later en ik vroeg me wanhopig af waar ik de cruciale nacht waarin gezonde behoefte over gaat in gewenning had gemist.

Samen slapen

De Echtgenoot en ik hebben heel wat afgegoogled, boeken gelezen en een hoop geprobeerd, de afgelopen maanden. Samen slapen leek een redelijke oplossing. De Koningin sliep langer en wanneer ze zich ‘s nachts meldde kon ik haar praktisch slapend voeden. Werkte prima, tot ons bengeltje mobieler werd en ‘s nachts op avontuur ging in ons bed. We realiseerden ons dat we elkaar nu juist uit de slaap hielden en verkasten de kleine terug naar haar eigen kamer. De zoektocht ging door. Eerder naar bed, gecontroleerd laten huilen, gedoseerd voeden, speen, aai over de bol…niets bood echt een oplossing. Soms leken we wat progressie te boeken, maar dan gooide een tandje, een verkoudheid of een sprongetje weer roet in het eten.

‘Gewoon laten uithuilen.’ was het advies dat we veel kregen, maar dit ging volledig tegen ons gevoel in, zeker omdat we zagen dat de behoefte aan extra voedingen hand in hand ging met iets dat onze dochter dwars zat.

We googleden verder en ontdekten dat er massa’s kinderen zijn die ‘s nachts hun eigen feestje vieren. Lazen theorieën die stelden dat snel doorslapen meer een cultuurding dan daadwerkelijk een gezonde norm is en dat kinderen tot 18 maanden die nachtvoedingen soms nog nodig hebben. Kon ik mijn hart weer even aan ophalen.

Ilse: “Kwestie van opvoeden? Jouw woonkamer is een Temple of Doom voor mijn dreumes”

Niet het probleem, wel de oplossing

In het hele woud van adviezen, ervaringen en theorieën leerde ik vooral om me bij situatie neer te leggen. Er een strijd van maken levert niemand van ons meer energie op, we hebben al genoeg geprobeerd en diep van binnen ben ik er toch nog steeds van overtuigd dat De Koningin vanzelf gaat doorslapen wanneer zij daar aan toe is.

Ik realiseerde me ook dat die nachtvoedingen wellicht ook niet het probleem, maar juist de oplossing zijn. Ik wil niet weten hoeveel langer ik ‘s nachts bezig zou zijn met troosten als de Dames me niet een handje zouden helpen. Bovendien: kan het echt zo veel kwaad om mijn dochter wat langer te voeden? Ze is gelukkig en gezond en ik hoewel ik zelf een beetje moe ben, voel ik me nog steeds prima in balans.

Minder gebalanceerd voel ik me als ik andere moeders hoor klagen over vermoeidheid en wallen en dat dat kind dan van half 11 tot 7 blijkt te hebben geslapen. Dan voel ik sterk de neiging om de dame in kwestie daadwerkelijk een reden te geven om te kniezen over blauwe kringen rond de ogen.

En als ik afspreek met een vriendin wier kind ruim een jaar jonger is maar potdorie al hele nachten doorslaapt, kan ik het niet laten om thuis nog eens te googlen of er niet toch ergens een tip op het internet rondzwerft die ik over het hoofd heb gezien (geloof me, die bestaat niet). En iedere keer wanneer een arts, vriendin of willekeurige onbekende me er op wijst dat de nachtelijke schranspartijen wel heel lang aanhouden en het nu toch echt een gewoonte is, bekruipt me toch even het gevoel dat ik iets niet goed doe en neemt de frustratie toe.

Goede gewoonte

Maar als ik dan op nieuwjaarsmorgen met een duf en chagrijnig hoofd als enige mens in de wijde omtrek al weer voor dag en dauw uit de veren moet en zie hoe mijn dochter uitgelaten achter een geschrokken kat aanrent, besef ik me ook hoezeer ik bof. Bof dat ik haar al veertien maanden zelf kan voeden. Bof dat ik de persoon ben waar ze zich veilig en geborgen genoeg bij voelt om ‘s nachts troost bij te zoeken. Bof dat ik haar nog elke nacht even knuffelend naast me heb.

Maar vooral bof dat dat meisje dat zich zojuist kirrend in mijn schoot heeft gewurmd een kerngezond, blij en veilig gehecht kindje is. Ik weet vrij zeker dat die nachtvoedingen daar ook hun steentje aan bijdragen. Dus een gewoonte? Pff. Een hele goede gewoonte, inderdaad!

 

Laatste reactie
4 reacties totaal

Hier een zoon van bijna 2.5 jaar. Ook nog steeds zo’n nachtbraker… én eentje die een fles melk wil 's nachts. Zo herkenbaar wat je schrijft.

Praat mee op het forum

Ontvang de leukste artikelen in jouw inbox!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang de best gelezen artikelen over zwanger zijn, moeder worden en het leven met je baby in je mailbox.

Reageer op artikel:
Ilse: “Ik ben de moeder van een nachtbrakertje”
Sluiten