Column: ‘Hoe kan iemand zo lief zijn voor een gebied dat ik zelf zo ben gaan haten?’

Redactie 20 okt 2017 Column

We liggen in bed na een fijne vrijpartij en hij geeft mij een compliment over mijn vagina, die vindt hij zo lekker strak. Ik bloos. Ik ben 22 jaar oud en tot over mijn oren verliefd op Bart, een gescheiden man met drie kinderen. Pas jaren later, als ik zelf kinderen heb gekregen, zal ik begrijpen waar zijn opmerking vandaan moet zijn gekomen.

Op mijn 25e zit ik in een restaurant met drie vriendinnen die net moeder zijn geworden. Ze praten over de gevolgen van hun bevalling. Eén vriendin vertelt dat zij ‘daaronder’ veel minder voelt dan voor de zwangerschap. Mijn andere vriendinnen knikken alsof zij het volledig begrijpen. Ik neem een flinke slok wijn en lach een beetje. In deze fase zit ik nog helemaal niet en ik wil er ook vooral helemaal niets van weten. Ik verplaats de aandacht naar de leuke ober die ons toetje op tafel zet.

Meditief moment

“Voor mij is dit haast een meditatief moment,” zegt de verloskundige terwijl ze mijn onderkant hecht. Mijn eerste kind is geboren. Ik ben 32 jaar oud. Terwijl er een kind in mijn borst hapt, voel ik de wond tussen mijn benen.  Beurs, wijd en open. Het doet pijn.

Tijdens de kraamweek vraagt de kraamhulp of ik mee wil kijken als ze de hechtingen inspecteert. Ik durf niet. Ik durf ook niet te poepen en ik plas alleen nog maar onder de douche om het bijtende effect van de urine te verzachten. Als ik de eerste keer buiten loop met mijn baby voel ik mij ontzettend trots. En ik voel mijn vagina. Het voelt zwaar en niet zoals ik gewend ben. Pas maanden later durf ik te kijken. Ik schrik. Het liefst vrij ik vanaf nu met het licht uit. Het liefst vrij ik eigenlijk helemaal niet meer. Het is te confronterend. Het voelt wijder en is minder gevoelig. Tijdens de seks probeer ik krampachtig niet te denken aan de bevalling en mijn vagina als een sensueel en mooi deel van mijn lichaam te zien. Ik praat er met niemand over.

Mijn tweede kind wordt 2 jaar later geboren. De bevalling verloopt voorspoedig. Hechtingen zijn niet nodig. Ik ben opgelucht.

Ik weiger te kijken

De eerste weken na de bevalling voelt mijn onderkant weer zwaar. Ik weiger naar mijn vagina te kijken. Na een tijdje pak ik het sporten op. Als ik op de loopband sta, voel ik mijn broek nat worden. Eerst denk ik dat ik zweet, maar zo intensief was ik nog niet bezig. Ik loop naar de wc en ontdek dat ik in mijn broek heb geplast. Vertwijfeld blijf ik daar een tijdje zitten. Hoe kan het zijn dat ik niets heb gevoeld? Ik vlucht de sportschool uit en als ik op de fiets zit begin ik te huilen. Ik voel me zo lelijk. Hoe kan ik mezelf ooit nog vrouwelijk voelen? Eenmaal thuis dwing ik mezelf om te kijken naar mijn vagina. Het ziet er nog veel vreemder uit dan na mijn eerste bevalling. Ik heb tijd nodig om te begrijpen wat ik zie en weet dan dat het tijd is om met iemand te praten.

LEES OOK: De 10 meest gestelde vragen over ontzwangeren (met goudeerlijke antwoorden)

Gelukkig kan ik een heleboel zaken telefonisch regelen met mijn huisarts en stelt hij verder geen vragen. Ik krijg direct een verwijsbrief voor Bergman Clinics. Er blijkt een speciale polikliniek te bestaan voor dit soort klachten. Samen met nog zes andere jonge vrouwen zit ik in een sfeervolle wachtruimte. Ik doe alsof ik een tijdschrift lees, maar kijk ondertussen stiekem naar de anderen. We komen allemaal voor hetzelfde. Alleen dat al lucht op. De vrouwelijke gynaecoloog neemt uitgebreid de tijd voor mij en pas als het veilig genoeg voor mij voelt kijkt ze samen met mij naar mijn vagina.

Verzakking

Ze vertelt wat ze ziet en legt uit wat er aan de hand is. Ik heb een verzakking, de vaginawand komt naar buiten en omdat het perineum na de bevalling van mijn tweede kind waarschijnlijk wel ingescheurd is, maar niet gehecht, is er nog heel weinig ruimte tussen de voor- en achterkant. Ze noemt een aantal klachten die dat kan geven, klachten die ik allemaal herken, maar zelfs hier niet durf in te brengen.

Dan vraagt ze hoe het voor mij is. Ik probeer rustig antwoord te geven, maar voel de tranen branden achter mijn ogen. Huilend vertel ik over de schaamte en hoe lelijk ik mijzelf voel met zo’n verminkte ‘doos’. Ik vertel dat ik niet meer naar mijzelf wil kijken, laat staan dat ik daaronder iets aan wil (laten) raken. Ik heb dat gebied onbewoonbaar verklaard. Het is niet langer onderdeel van mij. Het is fijn om eindelijk aan iemand te vertellen. Iemand die echt luistert zonder oordeel. Terwijl ze me een zakdoek geeft zegt ze dat ze me kan helpen. We spreken af dat wanneer ik eraan toe ben ik haar kan bellen en ze meteen een plekje vrijmaakt om mij te opereren.

Seksuoloog

Ondertussen start ik met bekkenbodemfysiotherapie en ze stelt voor dat ik samen met mijn man een aantal keren een seksuoloog bezoek. Dit laatste om naar de blokkades in mijzelf te kijken en te leren gaan houden van mijn lichaam zoals het nu is. Samen met mijn man zodat de stilte en blokkades die in ons seksleven zijn geslopen ook aandacht krijgen.

Thuis vraagt mijn man hoe het is gegaan. Voor het eerst vertel ik hem hoe het werkelijk met mij gaat. Het voelt kwetsbaar, maar hij reageert lief en begripvol. Hij verslikt zich in zijn koffie als ik vertel over het geplande bezoek aan de seksuoloog en moet daar nog eerst heel even heel erg lang over nadenken, maar hij gaat mee. Hij vertelt hoe hij mij en mijn lichaam al tijden mist en na iedere afwijzing van mij zich steeds verder is gaan terugtrekken om uiteindelijk maar geen toenadering meer te zoeken.

Leren ontspannen

Een paar weken later lig ik bij de bekkenbodemfysiotherapeut en speel een soort Pacman met mijn vagina. Er zit een sensor in mijn vagina die de spierspanning meet wanneer ik mijn bekkenbodemspieren aanspan. Ik kan op een scherm zien hoeveel kracht ik zet en vang de vlinders en bijtjes die op het scherm voorbij komen. Ik probeer niet te denken aan hoe absurd en hilarisch dit eruit moet zien. Het werkt. Na een paar weken merk ik dat ik sterker word en leer ik ontspannen.

LEES OOK: Column: ‘Je kunt niet je eigen kind verstoten en wel je kleinkind komen claimen’

Tijdens een avondje uit met vriendinnen durf ik te vertellen over de aankomende operatie en hoe ik mij de afgelopen tijd heb gevoeld. Al snel komen de verhalen. Eén vriendin heeft aan haar bevallingen chronische aambeien overgehouden. Een andere heeft last van ‘huidflapjes’ en haar vagina is juist te nauw door de hechtingen geworden wat vrijen heel pijnlijk maakt. De vriendin die naast haar zit kan door onze verhalen haar keizersnede voor het eerst zien als iets positiefs. De wijn en al die nieuwe woorden en onthullingen bij elkaar maken dat ik voor het eerst kan lachen om alles wat er is gebeurd. Proestend proosten we op onze ‘yoni’s’.

Klamme handjes

Een week later zitten mijn man en ik bij de seksuoloog. We proberen te doen alsof we dat helemaal niet ongemakkelijk vinden, maar mijn klamme handen verraden iets anders. De seksuoloog, een vrouw van onze leeftijd, vraagt aan mijn man of hij wel eens masturbeert terwijl ze een slokje van haar koffie neemt. Ik ben blij dat ik zit en durf niet naar mijn man te kijken. Later in de auto komen we niet meer bij van het lachen en dat voelt dichterbij dan we in tijden zijn geweest.

Over mijn angst

Die avond zet ik mij over mijn angst en weerstand heen en scheert hij mijn onderkant. Iets wat ik sinds de laatste dagen van mijn zwangerschap niet meer heb gedaan. Omdat die onderkant voor mij sinds de bevallingen niet meer bestaat en ik niet met haar geconfronteerd wil worden. Het voelt kwetsbaar. Even ben ik bang dat ik dan ook zin in seks moet hebben, maar dit is zo intiem, het gaat veel verder dan seks. Het heeft er eigenlijk niets mee te maken. Mijn man is heel voorzichtig en teder. Hoe kan iemand zo zorgvuldig en lief zijn voor een gebied dat ik zelf zo ben gaan haten? Zachtjes zegt hij dat hij me mooi vindt precies zoals ik ben. De tranen lopen over mijn wangen. Na afloop kruip ik in zijn veilige vertrouwde armen. Ik voel mezelf schoon en zacht en ook al wil ik nog steeds niet naar haar kijken, die avond hoort mijn vagina er weer even bij. Dat is een begin. Ik denk aan onze kinderen, die ik zo liefheb en die ik nooit zou willen missen. Kapotte vagina of niet. Als een vrouw val ik in slaap.

Je leest hier elke dag een verhaal van onze mama-columnisten. Nog veel meer mooie artikelen lezen? Like ons op Facebook, dan houden we je op de hoogte.

Reageer op artikel:
Column: ‘Hoe kan iemand zo lief zijn voor een gebied dat ik zelf zo ben gaan haten?’
Sluiten