Henrike: ‘Hoe ik volledige bij kennis was en toch de helft van de bevalling miste’

Henrike van Deel 16 mrt 2018 Column

“Wat is er met het kraampakket gebeurd?!” vroeg ik verontwaardigd/verwijtend aan mijn man. Het was drie dagen na mijn bevalling en ik had zojuist het kraampakket dat vier dagen geleden nog volledig gevuld was, bijna leeg aan getroffen. In mijn hormonale toestand kon ik maar één logische verklaring bedenken: de kraamverzorgster of de verloskundige of allebei hadden in een onbewaakt ogenblik zich verrijkt met de inhoud van het kraampakket. Kon niet anders. Mijn man keek mij niet begrijpend aan: “Maar lieverd, dat hebben we gebruikt.”

Nu was het mijn beurt om verbaast te zijn. “Gebruikt? Wanneer dan?” “Ehm, tijdens de bevalling!” Dat kon niet kloppen. Daar was ik namelijk zelf bij geweest en ik kon me niet herinneren dat het kraampakket geleegd is. “Wanneer dan?” vroeg ik nogmaals. “Continue. Telkens als een kraammatras vol was, hebben we het vervangen.” Oh. Klinkt op zich heel logisch, dat vruchtwater moet toch ergens heen, maar ik heb daar dus niets van gemerkt. In gedachten maakte ik excuses aan de kraamverzorgster en de verloskundige.

Van slag

Ik was er best eventjes van slag van. Ik heb een hele goede thuisbevalling gehad. Ben de hele tijd bij zinnen geweest, geen gekke dingen of complicaties gehad, maar toch had ik kennelijk een hoop gemist. Nog zo’n voorbeeld. Tijdens de bevalling kwam manlief opeens met de stompzinnige vraag of ik een washandje op mijn hoofd wilde. Geen idee hoe hij daarbij kwam. “Waarom?” gromde ik. Gevolgd door een mompelend: “Je doet maar wat je niet laten kan.” En zo lag er even later een koel washandje op mijn voorhoofd. Toegegeven, het was best prettig, maar hoe kwam hij daar nou zo bij? Toen ik hem na de bevalling met zijn rare gedrag confronteerde, keek hij mij wederom meewarig aan. “Lieverd,” sprak hij, “je was knalrood en het zweet stond op je voorhoofd.” Oh. Totaal niet meegekregen.

LEES OOK: Hoe mijn bevalling is bevallen: de eerste van Afke (41)

Gedwee

Nog zoiets. De verloskundige wilde dat ik tijdens de laatste ontsluitingsweeën ging staan. Ik deed gedwee wat ze zei, maar kon nauwelijks meer op mijn benen staan. Normaal ben ik vrij assertief en heb ik geen moeite om voor mezelf op te komen, maar nu kon ik slechts een zacht jammerend “ik weet niet hoe lang ik dit nog volhou” uitbrengen. Toen ik me achteraf beklaagde bij mijn man dat het me toch wel stoorde dat ze helemaal niet heeft gezegd waarom ik moest gaan staan, kreeg ik weer zo’n meewarige glimlach. Kennelijk had de verloskundige verschillende keren duidelijk uitgelegd dat de baby op die manier iets meer zakte, waardoor de boel bespoedigd zou worden. Oh. Deze uitleg is mij tijdens het puffen en jammeren dus geheel ontgaan.

Reconstructie

Gelukkig kon mijn man mij haarfijn vertellen wat er allemaal tijdens de bevalling was gebeurd en heb ik in mijn hoofd een goede reconstructie kunnen maken. Maar ik nam me heilig voor om bij een volgende bevalling beter op te letten. En zo geschiedde. Toen ik bij de bevalling van dochter nummer twee de kraamverzorgster een kraammatras zag wisselen, riep ik triomfantelijk: “Aha! Je gebruikt het kraampakket!” Waarna ik een washandje bij mijn man bestelde en tegen de verloskundige zei dat ik absoluut niet meer ging staan. Deze bevalling ging ik niet missen!

Reageer op artikel:
Henrike: ‘Hoe ik volledige bij kennis was en toch de helft van de bevalling miste’
Sluiten