Column: ‘Mijn gunfactor voor hem is inmiddels behoorlijk gedaald’

Afke Bohle 3 nov 2017 Column

Natúúrlijk blijven wij elkaar op de eerste plaats als geliefden zien wanneer er kinderen komen. Hoezo?! Je plant gewoon afspraken met elkaar en regelt een goede oppas. Het woord ‘sleur’ is niet aan ons besteed. Natuurlijk moet je daar iets voor doen.

Logisch. Hupsakee, uit die joggingbroek en aan die sexy string. Verleid je partner op een manier zoals je niet eerder hebt gedaan. Je hoeft toch niet altijd ‘s avonds voor het slapen gaan en in bed te vrijen met elkaar? Gebruik je creativiteit. En zin kun je maken. Ik bedoel…ja sorry hoor…maar hoe moeilijk kan het zijn?

Hahaha!

Vier jaar later en twee kinderen verder lees ik mijn woorden terug.  Er is op zijn zachts gezegd best iets veranderd. Mijn prioriteitenlijstje is net even anders dan dat van mijn man. ‘Slaap’ staat absoluut op 1. Dan volgt op kilometers afstand de rest. Ja, zo ééntje ben ik dus geworden.

Het is lang geleden dat wij samen, als in ‘zonder kinderen’, iets ondernamen. Een jaar geleden spraken we af dat we één keer per week de kinderen wat vroeger laten eten, naar bed brengen en daarna samen uitgebreid eten. Op de één of andere manier is die afspraak stilletjes verdwenen realiseer ik me nu.

Het schuurt

De laatste keer dat we uit eten gingen begon er al iets te schuren tijdens de voorbereiding. Bij mij. Mijn man heeft nergens last van. Wie neemt het initiatief om een datum te prikken? Wie regelt een restaurant? Wie regelt de oppas?

LEES OOK: Column: ‘Jij laat mij de mooie dingen van de wereld zien’

Ik ben in dat opzicht wat ouderwets. Het lijkt me heerlijk om door mijn man verrast te worden. “Kom lieverd, vanavond neem ik je mee uit eten, de oppas staat zo voor de deur, alles is geregeld.” Hoe romantisch zou dat zijn? Helaas. Tijdens onze eerste afspraak vertelde mijn man mij dat hij niet romantisch is. Ik lachte er om, de verliefdheidshormonen lieten mij iets heel anders zien en ik geloofde dat het vast mee zou vallen. Nu, jaren later, kan ik zeggen: de zelfkennis van mijn man was toen al groot.

Gunfactor

Je kunt je afvragen wat de definitie van ‘romantisch’ is en waarom je dat zou willen. Misschien gaat het meer om de ‘gunfactor’. Dat de ander je ziet en iets voor je over heeft. Dat de ander zonder dat je er om vraagt zo nu en dan wat extra’s voor je doet. Zo van: “Schatje, jij hoeft er vannacht niet uit, blijf maar lekker liggen, ik neem het over”. En dat ‘schatje’ is niet eens noodzakelijk. Het klinkt als muziek in mijn oren. Hij zou direct honderd punten dichterbij ‘mijn vrouw heeft ook weer eens zin’ komen, maar dat zeg ik liever niet hardop.

Als ik eerlijk ben is de gunfactor bij mij ook behoorlijk gedaald. Er zijn weinig momenten waarop ik nog denk: ‘Slaap jij vandaag maar eens lekker een dagje extra uit lieverd’. Als mijn man vertelt dat hij een goed boek gelezen heeft, vraag ik doorgaans niet waar het over ging, maar moet ik mezelf inhouden om er niet uit te flappen: “Een boek…je hebt een boek gelezen?! Weet je hoeveel jaren geleden ik tijd had om een boek te lezen?!” Ik zou mijzelf beter de vraag kunnen stellen waarom ik zo weinig tijd voor mezelf vrijmaak, maar het is makkelijker om mijn pijlen op de overkant te richten.

Vrijpartij

Weet je wat helpt? Een fijne vrijpartij. Maar ja, na een dag ontbrekende gunfactor van beide kanten en rennen en vliegen is dat wel het laatste waar ik naar toe wil. En tóch helpt het. Na een fijne vrijpartij is de lucht geklaard, alsof je elkaar weer even op een andere manier nadert en ziet :’O ja, jij bent het! Daarom ben ik dit allemaal met jou aangegaan. Ik vind je leuk.’  Als je mazzel hebt is die gunfactor er de volgende dag of zelfs de volgende dagen er ineens wel. Dan zijn we weer samen en met onze kinderen. Dan hebben we plezier en als er gedoe is, dan zijn we samen in dat gedoe.

Maar ja, zie daar maar eens te komen. Mijn koppigheid, vermoeidheid en weerstand winnen het over het algemeen toch vaak.

Ik dwaal af. We gingen samen uit eten.

LEES OOK: Column: Met pijnlijk hart afscheid nemen van de babytijd

Ik had dus het restaurant en de oppas geregeld. Het was fijn om mezelf weer eens mooi aan te kleden. De oppas was gearriveerd en nam meteen de kinderen over. Dat zorgde ervoor dat ik de touwtjes al een beetje meer los wilde laten. Na honderd keer mijn tas te hebben gecheckt, de oppas te hebben uitgelegd hoe en wanneer en wat en ‘écht bellen hoor als er iets is!’ te roepen (ik denk dat dit het moment is waarop er iets bij mijn man begint te schuren..), stapte ik de deur uit, waar mijn man al een tijdje buiten stond te wachten. We konden gaan.

Chaos

In mijn hoofd was het een chaos van gedachten, twijfels en oordelen.

Heb ik niets vergeten? Zouden de kinderen wel gaan slapen? Wat heb ik mijn voeten in een martelwerktuigen gestopt.Voel ik al iets van ‘zin’ ? Is de batterij van mijn telefoon wel opgeladen? Hoe laat gaan de treinen terug? Mijn jurk zit te strak. Moest de container eigenlijk naar buiten vandaag? Waar gaan we het over hebben straks? Niet over de kinderen natuurlijk. Oh..en ik ga niet aan de wijn, morgen staan de kinderen gewoon weer om half zeven aan ons bed, als we niet vannacht al bezoek krijgen. Zou hij er eigenlijk wel zin in hebben? Zou hij me eigenlijk nog wel mooi vinden?

Kwetsbaar

We lopen we door de stad. Het lijkt een eeuw geleden dat ik hier was. Ik voel me een beetje kwetsbaar. Ik zie jonge, snelle mensen. Hipsters. Ik voel me oud en volledig uit de toon vallen. Het moet wel op mijn voorhoofd geschreven staan: Moeder, gaat ook een avondje weg. Zo’n stel wat straks niets te zeggen heeft als ze tegenover elkaar zitten. Sneu. Ik vind mijn man niet uit de toon vallen. Sjonge, het lijkt mijn eerste afspraakje wel.

LEES OOK: Column: Baby’s hebben geen slaapprobleem, wij hebben een babyprobleem

Gelukkig zitten we in het restaurant in een hoekje Lekker veilig. Kan ik wel kijken, maar kunnen mensen mij niet zo goed zien. Mag ik mijn telefoon op tafel leggen? Ik doe het gewoon. Even checken of de oppas nog niet heeft gebeld. Nee. Mijn man is al lang in de menukaart gedoken, ik zie dat hij het naar zijn zin heeft en totaal niet met thuis bezig is. Ik heb eigenlijk geen trek. Wijn, ja, wijn, dat is het antwoord. Mijn telefoon gaat. De oppas! Zie je wel, ik wist dat het niet goed ging komen, we moeten vast naar huis. “Ja hoi, ik probeer de televisie aan te krijgen maar snap echt niet hoe dat ding werkt…”

Eigenlijk best knap

Als ik mijn eerste wijntje op heb, voel ik zo’n loom, zwaar gevoel zakken in mijn armen en borst. Dit is heel goed voor mijn neurotische gesteldheid. Ineens kan ik kijken naar mijn man. Ik vind hem eigenlijk best knap. Ik onderdruk een giechel. Hm, dit kan best nog eens een leuk avondje worden. Dan gaat weer mijn telefoon. De oppas! De adrenaline schiet door naar een nieuw hoogtepunt. “Ja hoi, ik dacht:’ik ga even wat leuks met de kinderen doen’ en eh..toen wou ik dus frietjes gaan halen en toen heb ik de deur dichtgetrokken, maar de sleutel niet meegenomen.”

Op de achtergrond hoor ik een hartverscheurend huilen van onze jongste, duidelijk toe aan een fles. Dit was het. We moeten NU naar huis. Ik sta al op, klaar om te rennen. Maar dan komt mijn man in actie. Hij is overduidelijk niet van plan om dit avondje door zijn neus te laten boren. Hij drukt mij weer in mijn stoel met een glas wijn en grist de telefoon uit mijn handen. Voor dat ik het weet heeft hij geregeld dat de oppas de buurman inzet om met een ladder door een raam te klimmen en de deur open te maken. Zo en nu die telefoon in de tas. Graag. Oké.

Vanouds

Na een paar wijntjes begint het toch als vanouds te voelen. Eerst heb ik nog zo’n noodzakelijk lijstje om met elkaar door te nemen. Heb jij de loodgieter nog gebeld? En hoe staat het met die aanmaning? Dat soort dingen. Daarna volgen toch een aantal kind gerelateerde onderwerpen. Maar ja, we hebben samen kinderen en het is ook fijn om  een keer over ze te kunnen praten (zonder codewoorden of in een andere taal omdat er eentje meeluistert). En daarna zie ik ineens mijn man zitten. Hee hallo, ben ik hier met jou? Wat fijn.. Ik word een beetje verlegen. Ik moet bijna wennen aan ‘jij & ik’ zo dichtbij elkaar.

Eigenlijk heel lief

Op de terugweg zie ik niet meer zoveel van de andere mensen in de stad. Het maakt me niet uit. Ik ben samen met iemand die ik liefheb. Het is fijn om dicht tegen hem aan te lopen en zijn geur op te kunnen snuiven. Eigenlijk vind ik hem heel aantrekkelijk en lief. Eigenlijk heb ik misschien wel zin. Vasthouden dat gevoel.

Maar de wijn werkt door en de treinreis duurt te lang. De euforie slaat langzaam om in vermoeidheid. Eenmaal thuis val ik als een blok in slaap. Komende dagen geen gunfactor vrees ik, maar ik ga zeker voor de herkansing.

Je leest hier elke dag een verhaal van onze mama-columnisten. Nog veel meer artikelen lezen? Like ons op Facebook, dan houden we je op de hoogte.

Reageer op artikel:
Column: ‘Mijn gunfactor voor hem is inmiddels behoorlijk gedaald’
Sluiten