Afke: ‘Met een brullend kind en het zweet op mijn rug zocht ik een plek om stil te gaan staan’

Afke Bohle 13 mrt 2018 Column

De eerste keer waren wij nog onervaren. We gingen op vakantie naar Frankrijk. Toen we er bijna waren begon ons kind (1 jaar) te huilen. Hij was niet overstuur, het klonk meer als jammeren. Wij begrepen dat wel. Het was een lange rit geweest. Gelukkig waren we nog maar twintig minuten verwijderd van ons vakantie-adres. In een bocht gebeurde het. Ons kind verstilde en een seconde later golfde de inhoud van de fles, de rozijntjes en het broodje pindakaas met kracht uit zijn mond.

Een zure lucht kwam ons tegemoet. Wij hadden geen rekening gehouden met spugen. Boekjes, liedjes, etenswaren, een scherm tegen de zon, overal waren we op voorbereid. Schone kleding en doekjes lagen ergens onderop. De auto was zo ingepakt dat zodra je iets een millimeter verschoof de complete inhoud van de auto naar buiten viel. Langs de kant van de weg kleedden wij ons kind uit en duwden een speen in zijn mond. Met een zuur ruikend kind op schoot en een achterbank vol kots reden we naar onze eindbestemming.

Huilen

De tweede keer haalde ik ons kind op bij mijn moeder. Onderweg begon hij zachtjes te huilen. “dinke” zei hij. Ik probeerde hem af te leiden. “pij” kermde hij een beetje luider. Ik vroeg me af of hij ziek aan het worden was en voelde aan zijn voorhoofd terwijl ik op de juiste weghelft probeerde te blijven rijden. En toen gebeurde het. Ineens werd het stil op de achterbank. Ik dacht: ‘Hè gelukkig, hij stopt met huilen’ en toen golfde er met kracht alle snoep en frisdrank, gekregen bij oma, uit. En er kwamen nog een paar golven. En ik reed nog steeds op de snelweg tijdens het spitsuur. Met een brullend kind en het zweet op mijn rug zocht ik een plek om stil te gaan staan. Ik zag dat er nog een golf aankwam en had niets anders bij me dan mijn handtas. Snel kiepte ik hem leeg en duwde de tas onder de kin van ons kind. Nu had ik ook zin om te huilen. Een half uur later reden we onze straat in. Ons kind stapte, alsof er niets gebeurd was, vrolijk uit de auto, trok zijn kleren uit in de gang en stortte zich op zijn speelgoed. Ik haalde een emmer en hoefde alleen maar het spoor en de geur te volgen naar de auto.

Hoe dan

Dat soort dingen gebeuren. Je maakt het schoon en gaat weer verder. Totdat je de autostoel uit de auto pakt en de bekleding eraf wil halen. Je weet op dat moment gelukkig nog niet dat dat je het eerste uur niet gaat lukken. Een autostoel blijkt niet ontworpen om in over te geven, laat staan om te reinigen. Eerst bezwijkt je rug onder het gewicht van de stoel.  Vervolgens ontdek je dat de  autostoel allemaal verborgen hoekjes heeft. Dat ontdek je zodra je eindelijk de bekleding er met geweld af hebt gerukt. Je ziet dat je kind al die soepstengels en rozijntjes die jij hem hebt gevoerd de afgelopen maanden maar voor de helft heeft opgegeten. De rest is weggerold en weggeduwd in de hoekjes. Met een beetje geluk is er ook nog wat kots ingelopen. Daar sta je in de voortuin. Met een stokje probeer je de prut eruit te peuteren.

Het lukt

Ondertussen begroet je de buurman (die zonder kinderen) met een glimlach. Je wil de autostoel het liefste nu afvoeren naar het dichtstbijzijnde afvalverwijderingsstation, maar ja. Morgen moet iedereen gewoon weer in de auto en er is maar één autostoel. Ten slotte lukt het. De allerdiepste resten waar je echt niet bij kunt, laat je voor wat ze zijn. Dat droogt wel op, over een paar dagen ruik je er vast niets meer van. Opgelucht stap je naar binnen en dan herinner je je handtas en zie je een hoopje kleren liggen. De dagen daarna ruik je bij vlagen iets zuurs in de auto. Je gaat op zoek, maar je kunt niets vinden. Je partner ruikt het ook en voordat je het weet heb je ruzie omdat hij je toch zeker niet gaat vertellen dat jij niet goed hebt schoongemaakt na al je geploeter. Pas weken later ontdek je een minuscuul streepje. Ah, de autogordel, die was je vergeten.

Derde keer

De derde keer voel je je een doorgewinterde moeder. Je bent inmiddels op alles voorbereid. Je rijdt met je kinderen naar huis. De jongste is moe, maar over zijn slaap heen. Hij huilt, krijst eigenlijk en heeft de zonneschermpjes aan gort getrokken. Zijn schoenen en sokken heeft hij uit nijd door de auto gegooid. Zijn knuffel is op een plek beland waar ik niet bij kan en de oudste heeft geen zin om te helpen.

LEES OOK: Dit originele idee voor een geboortekaartje is werkelijk geniaal!

De oudste is stil, maar dat merk je niet. Je bent bezig met de file waar je in terecht gekomen bent en met de jongste die je op dat moment onuitstaanbaar vindt. “Ik moet spugen,” hoor je vanaf de achterbank. Als in een reflex trek je een laatje open, graait er een zak uit en weet die net op tijd onder de mond van de oudste te duwen. Maar de zak gaat niet open en je kind spuugt ‘op’ de zak. ‘Óp’ de zak..Dat kan een probleem worden, maar je bent vastbesloten om niet weer een autostoel met kots te reinigen. Je commandeert je kind doodstil te blijven zitten totdat jullie thuis zijn. Niet zo aardig en invoelend, maar je lijntje is dun en dit is het enige wat je nu op kan brengen. Je parkeert een kwartier later de auto in jullie straat en wonder boven wonder ligt de kots nog ‘óp’ het zakje. Je rent naar binnen om een grote zak te halen, opgelucht dat jullie het hebben gered zonder al te veel schade. Je opent het portier en ziet dat je kind nog steeds doodstil zit. Wat ben je trots op hem!

Klaar. Mee.

Je manoeuvreert jezelf een soort van tussen de achterbank en de voorstoel en vouwt de grote zak open. “Wacht mama, ik zal je even helpen,” hoor je je kind zeggen. Hij opent de zak en je ziet hoe een grote massa in beweging komt. Via zijn benen, de autostoel en zijn schoenen voel je iets glibberigs je nek inlopen. Dat is het moment waarop je besluit de rest van de dag daar te blijven liggen. Mama doet het niet meer. De batterijen zijn op.

Reageer op artikel:
Afke: ‘Met een brullend kind en het zweet op mijn rug zocht ik een plek om stil te gaan staan’
Sluiten