Column: Eigenlijk viel het best mee, die bevalling

Er zou één ding niet meer geboren hoeven worden deze keer. Je moederschap. Het ‘glibberige iets’ dat drie jaar geleden met een vaart uit je was gegleden was inmiddels opgegroeid tot een opgewekte, hartverwarmende peuter. Je was al lang weer vergeten hoe de bevalling precies ging. Je wist ergens wel dat je pijn had gehad en dat je angst had gevoeld, maar je had er geen gevoel meer bij.

Wat overheerste was het beeld van dat koppie met dat mutsje op en dat warme lijfje tegen je aan. De exclusieve aandacht van de kraamhulp. Al die lieve mensen, kaarten en cadeaus. Dat jij uitgebreid je verhaal mocht doen en dat mensen eten meenamen en dan gewoon nog een keer naar je bevallingsverhaal wilden luisteren. Slaapjes samen met je kind. Badderen. De geur opsnuiven van dat pasgeboren pakketje. ‘s Nachts voeden terwijl de rest van de wereld sliep. Jij en je kindje samen turend naar de sterren..

Nooit meer poepen

De tepelkloven, de kraamhulp die de oren van je hoofd kletste over haar eigen leven en die jouw ‘mooiste baby van de wereld’ een ‘aansteller’ durfde te noemen tijdens het verschonen. De vierde dag na de geboorte waarop je met een bonkend hoofd van de koorts over de wastafel hing om je onwerkelijk opgezwollen borsten leeg te knijpen. Hoe je meteen na de geboorte besloot nooit meer te poepen of iets daaronder toe te laten. De verloskundige die dreigde met een klysma.

LEES OOK: OMG, ik heb net een kind gebaard (en dat gaat dus ongeveer zo)

Hoe je daar onder de douche stond na de geboorte. Terwijl je houvast zocht om niet om te vallen zag je straaltjes bloed en stolsels langs je benen naar beneden lopen die troosteloos bleven hangen in het afvoerputje. Hoe die mooiste baby aan één stuk door leek te slapen de eerste week en je jezelf op je schouder klopte: ‘wij hebben zo’n makkelijk kind’. Om in week 6 al drie boeken te hebben gelezen over huilen en je uiteindelijk ‘s avonds zelf maar begon te huilen naast jouw krijsende ‘mooiste baby van de wereld’.

Lekkende borsten

Hoe vaak je niet buiten was gaan lopen omdat daar het gehuil niet zo indringend klonk, in de hoop dat je kind in slaap zou vallen.  Tijdens de pauze op de wc van je opleiding met je handkolf wanhopig kijken naar een foto van je kind om een toeschietreflex op te roepen. Natte plekken op je shirt door twee lekkende borsten omdat je je bezwaart voelde op je werk en een kolfsessie oversloeg. Blocnotes vol schema’s van slaapjes en voedingen in de hoop een logica te ontdekken. De eenzaamheid die je met vlagen zo kon voelen. Je lichaam voelde niet meer eigen en de relatie tussen jou en je man was er vooral één van praktische aard geworden. Jullie waren vader en moeder en in die rollen moest nog heel wat worden uitgezocht. Als er al tijd overbleef dan werd die dankbaar ingezet voor slaap.

Kwetsbaarheid

De buitenwereld was de eerste maanden jouw buitenwereld niet meer. Indringend, fel, hard en lomp. Ineens waren er gevaren. Je voelde je er niet meer op je gemak. Je had een kind op de wereld gezet, maar in wat voor wereld eigenlijk? Er was een kwetsbaarheid en antenne bijgekomen. Dat alles herinnerde je je nog wel, maar vaag. Je kon er eigenlijk wel om lachen. Knap staaltje werk van de natuur.

LEES OOK: Oh yeah! Dit Instagram account viert het vrouwenlichaam na de bevalling

Deze keer zou alles anders gaan. Je had echt ‘zin’ in de bevalling. Thuis. Niemand kon jou meer verrassen. Het gekke was dat je eigenlijk niet goed meer wist hoe die weeën nou ook alweer voelden, totdat ze kwamen. Het eerste uur groeide je vertrouwen. O ja, dit was het. Dit was heel goed te doen. Je stond er zelf versteld van, maar het was deze keer eigenlijk best sfeervol en intiem. De kraamhulp en verloskundige zaten op jouw verzoek beneden. Je zoontje van drie jaar lag heerlijk te slapen in zijn eigen bed. Jij en je man waren samen. Het voelde prettig en krachtig.

Alles komt terug

Toen kwamen de laatste centimeters in zicht en ineens kwam alles terug. Het zweet brak je uit en je kroop van ellende over het bed. Dit was het en ja, dit was je dus vergeten. Je voelde jezelf langzaam uit contact gaan met de buitenwereld en er borrelde een gevoel van paniek op. De angst dat je dit helemaal niet kon. Waarom was je hieraan begonnen? Je had het nooit moeten doen. Vloeken, roepen om je moeder, dat wat je allemaal niet was, was je daar weer wel. Er glibberde iets met een vaart uit je. Deze keer kon je het zelf opvangen en was je direct aanwezig bij je kind. Zonder dat er iets voor nodig was, stroomde je hart vol. Niemand kon tussen jou en je kind komen, geen hechtingen en ook geen APGAR testjes. Dat warme lijfje, nog onder het witte smeer, huid op huid. Zo moest het zijn. Je voelde dat er nooit iets meer wezenlijk zou zijn in je leven dan dat.

Trots, kracht, liefde en ontroering vielen samen.

Dat zijn de dingen die je je herinnert  als je nu, na twee jaar, terugkijkt naar die eerste dagen. Het geploeter, de wakkere nachten, de pijn, de impact op de oudste, de verzakking, de onzekerheid en eenzaamheid…Je weet best dat die er toen ook waren. Maar ze zijn ver weg. Ach, het viel eigenlijk best mee.

De natuur heeft het weer geflikt.

Genoten van deze column? Je leest hier elke dag zo’n fijn verhaal van een van onze mama-columnisten. Nog veel meer leuke artikelen lezen? Like ons op Facebook, dan houden we je op de hoogte.

Meer leuke content? Like ons op Facebook