Hoe mijn bevalling is bevallen: Heleen

In deze rubriek vertellen onze columnisten de mooie, ontroerende, soms schokkende verhalen van hun bevallingen. Langdurige en snelle bevallingen, thuis en in het ziekenhuis, met en zonder pijnstilling, keizersnedes en vaginale bevallingen: alles komt langs.

De statistieken

Start bevalling: inleiding

Zwangerschapsduur: 41 weken + 4 dagen
Duur bevalling: 18 uur

Plaats: ziekenhuis

Pijnstilling: ruggenprik

Manier van bevallen: keizersnede

Hulpmiddelen natuurlijke bevalling: niet van toepassing

Gewicht kindje: 4300 gram

Algemene ervaring: mooi, maar heftig

Hoe het begon

38 weken zwanger ben ik als ik op een avond gerommel in mijn buik voel. Mijn lief heeft een vergadering en ik twijfel of ik hem zal bellen. Met een kop thee zak ik neer op de bank en wacht tot de pijn echt losbarst. Dan is bellen immers nog tijd genoeg? Maar als ik een uur later een appje krijg met de vraag hoe het gaat, besluit ik eerlijk te zijn. Mijn lief springt in de auto en rijdt naar huis. Ik lig inmiddels op bed en moet af en toe een beetje puffen. Pijn doet het nog niet, maar ik voel me ook niet helemaal in orde. Ineens is het voorbij. Het gerommel verdwijnt en ik voel me weer prima. Ik baal wel, want ik wil zo graag dat ons Spruitje komt!

Twee weken later zit ik bij de gynaecoloog. Vanwege een eerdere keizersnede moet ik in het ziekenhuis bevallen. Dat vind ik niet erg, maar ik wil wel graag een natuurlijke bevalling ervaren. Volgens de gynaecoloog hoeft dat geen probleem te zijn. Ook inleiden zie ik niet zitten, dat is de vorige keer helemaal misgegaan. ‘Ik snap u, maar het is dan wel zaak dat de kleine opschiet. U bent al 40 weken.’ Het zal toch niet…

In de dagen die volgen, probeer ik alle huis,- tuin- en keukentips die er maar te vinden zijn. Want die bevalling moet en zal op gang komen. Mijn slokdarm staat in brand van de rode pepers, ik maak wandelingen in de vrieskou, de ananas en bitter lemon zijn niet aan te slepen en de peuter is dolblij als ik met hem op de trampoline ga springen. Het heeft allemaal geen zin. Spruit zit blijkbaar nog lekker in mijn buik en is niet van plan te komen.

Als ik 41 weken zwanger ben, besloot de gynaecoloog dat het genoeg is geweest. Met Spruit en mijzelf gaat het prima, maar dat moet volgens hem vooral ook zo blijven. ‘Je hebt alle energie nodig voor de bevalling. Zullen we een inleiding plannen?’ Morrend ga ik akkoord en zo lig ik drie dagen later in het ziekenhuis. Met een ballon wordt ’s avonds geprobeerd de ontsluiting op te wekken. En dat lukt. Middenin de nacht breken mijn vliezen en blijk ik al 3 centimeter ontsluiting te hebben. Zou het deze keer echt lukken om natuurlijk te bevallen?

De bevalling

Als ik na een nacht vol wegdoezelen en beginnende weeën wakker word, staat de arts-assistent al naast mijn bed. Na een douche en een boterham, worden de weeënopwekkers toegediend. Hoewel er eerst weinig lijkt te gebeuren en ik nog grapjes maak met mijn lief, valt er een uur later weinig meer te lachen. Ik heb geen idee hoe ik deze weeënstorm aan moet pakken en iedereen die me probeert te helpen, krijgt een snauw. Mijn lief die meepuft bijt ik toe dat ie moet ophouden omdat het me afleid.

Op advies van de verpleging, krijg ik rond 13.00 uur een ruggenprik. Meteen voel ik me ontspannen en zijn de scherpe kantje van de weeën af. Totdat we terug zijn op de kamer. Aan de rechterkant van mijn buik voel ik inderdaad niets meer, maar links keren de weeën keihard terug. Gevalletje niet-werkende ruggenprik. Zo snel als kan word ik teruggereden naar de anesthesist die nogmaals een ruggenprik zet. Het lijkt erop dat de pijnstilling nu wel werkt en ik heb de weeën goed onder controle. Om 18.00 uur stuur ik mijn lief naar het restaurant voor een maaltijd, iemand van ons moet op krachten blijven. Ik klets wat met de verpleegkundige en merk ondertussen dat de ruggenprik is uitgewerkt. Na controle blijk ik 10 centimeter ontsluiting te hebben! Wat een opluchting, de baby komt via de natuurlijke weg!

Tenminste, dat denken we op dat moment. Want na de eerste keer flink persen, ziet mijn lief me wit wegtrekken. ‘Ik voel me niet zo lekker, mompel ik nog voordat het zwart wordt voor mijn ogen. Er gaan wat piepjes af, de baby krijgt het benauwd. De gynaecoloog wordt opgetrommeld en half bij bewustzijn hoor ik hem zeggen: ‘Dit wordt een keizersnede.’ Ik schreeuw woedend dat ik dat absoluut niet wil. ‘Iedereen kan normaal bevallen, behalve ik. Ik wil dit doen!’ Het kost de gynaecoloog al zijn overtuigingskracht en met de woorden: ‘Je bent zover gekomen, maar dit lukt zo niet. De baby heeft het moeilijk en jij ook’ ga ik uiteindelijk overstag. We gaan naar de OK!

Ik voel een hoop geduw en getrek in mijn buik en na een klein kwartiertje komt onze tweede zoon tevoorschijn. Hij is prachtig, maar veel te stil. Waar zijn broer meteen flink tekeer ging, blijft deze knul stil. ‘Hij doet het niet! Hij huilt niet! Doe iets!’ roep ik over de OK. Na wat voelt als uren – maar in werkelijkheid slechts drie minuten was – klinken de eerste kreetjes door de ruimte. Hij is er. Onze prachtige zoon. Compleet met een enorme bos haar, waar wijzelf en al het ziekenhuispersoneel flink verbaasd over zijn. De dagen na de bevalling komt bijna elke arts en verpleegster even kijken naar die baby met zijn enorme haardos.

Ik ben blij en opgelucht dat de kleine er is, maar baal ervan dat het weer een keizersnede moest worden. De eerste dagen was ik vooral boos op mezelf, waarom was het toch weer niet gelukt? Was een keizersnede wel echt nodig? Het antwoord kwam van de gynaecoloog: ja, het was heel hard nodig. Bij het persen scheurde de placenta een stukje en daardoor werd mijn bloeddruk gevaarlijk laag en de hartslag van de baby veel te hoog. Ook bleek onze zoon een sterrenkijkertje te zijn die ook nog eens klem zat met zijn hoofdje. Zijn uitleg verandert acuut mijn mening. Wat ben ik blij dat de situatie goed is ingeschat. En laten we eerlijk zijn, een knul van 4300 gram… dat was een bijzonder pijnlijke natuurlijke bevalling geworden!